De wekelijkse column over de jeugdjaren Diane Van Rillaer. Het leven toen en nu.

Zolang we allemaal samen in een huis woonden, behalve ons Tante Wiske, herinner ik mij de maandag , als de dag dat alles gewassen werd. De zussen kwamen naar beneden, en ons tante kwam helpen, en daar begon de wasdag.

Er werd een grote groene emaillen pot op het vuur gezet, waar ons Moemoe sunlightzeep in schaafde, en een doddeke blauwsel in deed , om de was witter te maken, en een deel van de was werd afgekookt, zodat hij mooi proper zou zijn. Ondertussen werd de andere was, gewassen in de koepel ( nu heet dat veranda) want er was nog geen wasmachine, zo vlak na de oorlog, werd het nog allemaal met de hand gedaan. Hiervoor hadden ze twee zinken badkuipen, een voor de was en een om te spoelen.

Met een stevige borstel werd er geschuurd op het wasbord, en gewreven zodat alles mooi proper was.

Ik was er altijd graag bij, als vierjarige was het altijd een beetje feest als iedereen er was, er werd gelachen en gezongen, dat het een lieve lust was, o.a. het liedje ” Veel mooier dan het mooiste schilderij , Ben jij, m’n lieveling ben jij ” van de Ramblers” en ik zong alles mee.  

Meestal, ging ons Moemoe tegen 12 uur naar de keuken, om voor iedereen pannenkoeken te bakken, met bruine suiker of dunne siroop.

Zo werd onze wekelijkse wasdag toch nog een beetje plezant, want elke maandag werd er gewassen……. behalve als 1 mei op een maandag viel, want dan, ging ons Moemoe, piekfijn uitgedost, met de twee tantes, en ik mocht altijd mee, met een rode strik in mijn haar, naar de 1 meistoet , in Antwerpen, we stonden altijd op de Grote Markt, iedereen met een rood bloempje op zijn jas, en genoten van de fanfares, en de voorbijtrekkende groepen. Weer feest!!

Daarna gingen we elk jaar naar de Stadsfeestzaal op de Meir, waar men een koude schotel kon eten “een kouwe plat , zei ons Moemoe” en later met de tram terug naar huis.  

Dit zijn allemaal zo’n plezante herinneringen , want de slechte ben ik vergeten, iedereen heeft mindere momenten, maar er is altijd ergens een lichtpuntje.