De wekelijkse column over de jeugdjaren Diane Van Rillaer. Ons tante Wiske had voor alles een uitleg, en altijd een gezegde bij de hand

Vlak na de oorlog, allemaal in een huis wonend , en ook later nog, zagen we de tantes alle dagen, toen ze bij Atea werkten, en ze bij ons Moemoe kwamen eten, en wij daar op vakantie waren. Toen ons Moemoe overleden was, kwamen ze bij ons thuis eten, tijdens de pauze, want wij woonden ook dicht bij Atea. Ik herinner me nog dat Tante Wiske aan ons Ma vroeg om een ” stinkende kaas” te gaan halen, (Brusselse kaas) en dat ze daar melk bij deden, en dat ons Moemoe die in haar koffie “sopte” , ik vond dat zo vies, maar ja, ik zat erbij en ik keek er naar. Later, toen ik 12, 13 jaar was, werd ik naar de statiestraat naar ” de Noppen” gestuurd , om “zure frut” te gaan halen, want dat was de beste, of “gebakken vis” bij ” de lange ” in de driekoningenstraat. De tantes hadden zo hun voorkeuren. De maaltijd werd meestal ook afgesloten met een ” boterham met saroop” , ” dunne siroop” of speculaas , ook weer gesopt in de koffie (brrrrr) . En ondertussen werden de laatste nieuwsjes uitgewisseld tussen de zussen, en zaten wij erbij en vooral ik hield mijn oren open. Zeker ons Tante Wiske, kon heel kleurrijk vertellen, als wij iets zegden, was het steevast ” kinderen moeten zwijgen, als grote mensen praten” of , ons Moemoe ” er zijn latten aan het huis” ( zie een van mijn eerste columns) . Vroeg ik iets dan zeiden ze ” hier, curieuzeneuzemosterdpot ”

Als ik dan een gezicht trok, dan zei ons Tante Wiske” Als het klokske slaat, dan blijft uw gezicht zo staan” toen ik klein was, geloofde ik dat allemaal, en veranderde ik snel van gezichtsuitdrukking, je weet nooit hé. Ik durfde al eens antwoorden, en dan zei ze ” ik, zal sebiet uwe neus eens tussen uw twee oren zetten ” daar moest ik dan weer over nadenken en was ik weer even stil.

Mijn zusje weende nogal veel (flauw bees, zei ik dan ) en dan zei ons Tante ” ge moet niet wenen, ge kunt beter eens ne keer meer gaan pizzewis doen” en zo had ze voor alles wel haar eigen uitleg. De meeste gezegdes zullen jullie wel kennen. Zag ze een dronken man op straat, dan zei ze ” oei, oei, oei, die heeft de reus gezien” wat mij dan weer aan het denken zette, welke reus??? Had je een ontsteking aan je oog ( een weeroog) dan kwam dat ” van achter de kerk te plassen” en als je buik jeukte , dan lag er een hoer op sterven. (ons Moemoe en ons Make tegelijk ” Wis, de muren hebben oren hé “) en ik had alles gehoord, en dan tegen ons Ma , ” wat wil dat zeggen? “, die maakte er zich meestal van af, met een uitleg, die er niets mee te maken had, maar ik vroeg niet verder. Want als ik niet braaf was , ging ons Tante Wiske me ” aan de hoogste boom van het park hangen”, en dat wou ik niet .

Ik weet ook nog , dat we met ons Make, om een kruisje gingen, op aswoensdag. Als je dat kon houden tot met Pasen, kreeg je van de pastoor een nieuw kleed. Ik heb er nooit geen gehad.

Tante Maria had “moeilijk haar” en ons tante Wiske zei ” piereverdriet” en als ze over iemand zeiden, dat hij niet welkom was, dan smeten ze hem buiten ” met zeep aan zijne buik”

En zo kan ik nog lang voortgaan, het was plezant, en de meeste uitspraken, zetten me aan het denken. Want een kind is goedgelovig, en ik dacht dikwijls, dat die grote mensen toch maar rare dingen zegden. Nu maken ze me niets meer wijs, die tijd is voorbij. Maar ik denk er toch dikwijls met plezier aan terug.

Bij de foto’s : Met ons Tante Wiske haar huwelijk , de zussen in de jaren dertig , en ik op de trappen van het Atheneum van Berchem .

%d bloggers liken dit: