“Geeft Allerheiligen zonneschijn, dan zal het spoedig winter zijn.”

Allerheiligen (Sollemnitas Omnium Sanctorum in het Latijn) is een christelijk feest dat op 1 november valt en gevierd wordt onder Rooms-katholieken en anglicanen. In de Rooms-Katholieke Kerk is het een hoogfeest. Ook de Oosters-Orthodoxe Kerk kent het feest, maar op de eerste zondag na Pinksteren, mogelijk in navolging van de Lemuria, gevierd op 13 mei. De feestdag viert de nagedachtenis aan alle heiligen en martelaren.

De volgende dag wordt Allerzielen gevierd. Het is aannemelijk dat men tijdens de kerstening van Europa het feest van Allerheiligen is gaan vieren rond de periode van een oorspronkelijk heidens feest Samhain dat ter nagedachtenis van de doden werd gehouden. In 837 riep paus Gregorius IV 1 november uit als de katholieke gedenkdag.

Allerheiligen is ook een merkeldag en hierbij hoort de weerspreuk: Allerheiligen is een waterken of een winterken.

Met Allerheiligen vieren de katholieken hun heiligen. Op Allerzielen is het de beurt aan de gewone stervelingen. Maar omdat 2 november geen officiële feestdag meer is, gaan veel mensen op 1 november al naar het kerkhof om hun dierbaren te herdenken.

Weerspreuken Allerheiligen
“Houden de kraaien voor Allerheiligen school, zorg dan voor hout en kool.”
“Als het met Allerheiligen sneeuwt, leg dan uw pels gereed.”
“Met Allerheiligen vochtig weer, sneeuwbuien volgen keer op keer.”
“Brengt Allerheiligen de winter aan, dan doet Martinus (11 nov.) de zomer staan.”
“Geeft Allerheiligen zonneschijn, dan zal het spoedig winter zijn.”
“Na het zomertje van Allerheiligen, kan u voor de winter niet beveiligen.”

Afbeelding van JacLou DL via Pixabay