Mobiliteitsstudie Tuinlei: aanleg Tuinlei trekt extra verkeer aan en zorgt voor verzadiging in Matenstraat/Pierstraat

De aanleg van de Tuinlei in Schelle trekt extra verkeer aan, staat haaks op het intergemeentelijk mobiliteitsplan en dreigt voor een verzadiging te zorgen van de Matenstraat/Pierstraat in Niel en Aartselaar. Dat zijn de voornaamste conclusies van een uitgebreid mobiliteitsonderzoek dat de provincie Antwerpen in opdracht van de gemeenten Schelle, Aartselaar en Niel liet uitvoeren. Provincieraadslid Isabelle Vrancken (N-VA) vroeg de resultaten van dit pas uitgevoerd onderzoek op bij de provinciale deputatie.

De aanleg van de Tuinlei in Schelle is al langer voer voor verhitte discussies tussen de gemeente Schelle enerzijds en de gemeenten Niel en Aartselaar anderzijds. De aanleg van de Tuinlei was destijds voor Schelle essentieel om rioleringswerken op de Steenwinkelstraat te kunnen uitvoeren. Niel en Aartselaar vreesden wel dat een permanente aanleg van de Tuinlei voor extra verkeer naar de Matenstraat/Pierstraat zou zorgen en dat het een alternatieve route zou worden langsheen de A12, wat haaks staat op de afgesproken kamstructuur die in het intergemeentelijk mobiliteitsplan van de Rupelgemeenten en Aartselaar is uitgewerkt. Die kamstructuur bepaalt dat de A12/N177 de hoofdbaan is van noord naar zuid in de Rupelstreek en alternatieve routes langsheen de A12 via gemeentewegen best ontmoedigd worden.

Omdat de gemeenten er onderling niet uitkwamen, nam de provincie de rol op van facilitator. Vorige legislatuur bereikten de gemeenten een akkoord dat de Tuinlei tijdelijk kon aangelegd worden gedurende de werken in de Steenwinkelstraat. De Tuinlei zou in het midden als tijdelijke werfweg worden aangelegd. De provincie voerde voor de aanleg een mobiliteitsstudie uit en deed dat nu, midden 2019, opnieuw. Uit die vergelijkende mobiliteitsstudie zou dan door de gemeenten de eindtoestand van de Tuinlei bepaald worden.

Uit het antwoord dat provincieraadslid Isabelle Vrancken van de deputatie ontving, blijkt dat er vier belangrijke conclusies uit het mobiliteitsonderzoek van de provincie naar voor komen:

–          Er is in het gebied een algemene stijging van het gemotoriseerd verkeer met 3,4% en van vrachtwagens (inclusief lichte bestelwagens) met 7%;

–          Er is een verschuiving van de vervoersstroom naar de Tuinlei;

–          De nieuwe vervoersstroom is niet conform met de ‘kamstructuur’ die werd vastgelegd in het intergemeentelijk mobiliteitsplan;

–          De druk op de Matenstraat/Pierstraat tussen Tuinlei en ’s Herenbaan is verhoogd tot 1.300 a 1.500 motorvoertuigen per uur. De verzadiging is in zicht.

Voor provincieraadslid Isabelle Vrancken zijn deze conclusies duidelijk: “De bezorgdheid die de gemeenten Niel en Aartselaar op voorhand hadden over de aanleg van de Tuinlei blijkt terecht. De aanleg van de Tuinlei door Schelle zorgt er nu voor dat het wegennet van Niel en Aartselaar verzadigd dreigt te geraken. De Tuinlei is een alternatieve route geworden voor de A12 en zorgt er voor dat heel wat Schellenaren via deze weg van en naar de N171, N177 en A12 rijden, van en naar Boom/Brussel. Het is nu afwachten wat de gemeenten onderling gaan beslissen, maar destijds hadden ze in hun schriftelijk akkoord bij de provincie reeds gezet dat de maximale eindtoestand van de Tuinlei een enkelrichtingstraat van Niel/Aartselaar naar Schelle mocht worden. Mogelijk zullen de gemeenten nu moeten bekijken of de Tuinlei niet radicaal geknipt moet worden.”

Uit het antwoord van de provinciale deputatie bleek verder dat de drie gemeenten de resultaten van de mobiliteitsstudie op 28 november kregen toegelicht. Elke gemeente koppelt het onderzoek nu terug met hun schepencollege. Op 14 februari komen de provincie en de drie gemeenten terug bij elkaar om de eindtoestand van de Tuinlei te bepalen. “Na afloop zal ik de deputatie opnieuw ondervragen over het resultaat daarvan”, besluit Isabelle Vrancken, die het dossier verder opvolgt.