Parket van Antwerpen gaat stenger optreden tegen overtreders coronamaatregelen

Het parket Antwerpen gaat strenger optreden tegen overtreders van de coronamaatregelen. Wie de richtlijnen nu overtreedt, doet dat bewust en kwaadwillig. De fase van sensibilisering ligt achter ons.

Om er in eerste instantie voor te zorgen dat de maatregelen van de federale regering nageleefd werden, koos het Openbaar Ministerie voor een trapsgewijze aanpak, waarbij sensibilisering de eerste wijze van aanpak was.

Intussen is de bevolking zeer goed op de hoogte van de ernst van de situatie en van de opgelegde maatregelen, zodat die eerste fase kan overgeslagen worden. Overtreders zullen een minnelijke schikking moeten betalen van maximaal 4.000 euro (500 euro vermenigvuldigd met 8 opdeciemen). Tegen rechtspersonen kan een ontruiming of een sluiting uitgesproken worden.

Naast het vaststellen van de overtredingen kan de politie ook overgaan tot de inbeslagname of tot de berekening van illegaal verworven vermogensvoordelen. Het gaat bijvoorbeeld om de omzet van een illegaal feestje of het illegaal open houden van een café.

Als dossiers volledig zijn, zal het parket Antwerpen dagvaarden voor de correctionele rechtbank. Dat kan een themazitting rond deze problematiek worden.

Het parket Antwerpen gaat ook optreden tegen de verkoop van medisch en veiligheidsmateriaal tegen woekerprijzen.

Er zijn meldingen dat er tijdens deze coronacrisis, waarin er net een hoge nood is aan medisch en veiligheidsmateriaal (denk maar aan mondmaskers, beschermende kledij, chirurgische handschoenen, …) bepaalde personen en ondernemingen misbruik maken van de noodsituatie door dat materiaal tegen woekerprijzen te koop aan te bieden aan hulpverleners en particulieren.

Dit soort verkopen vormen een inbreuk op de Besluitwet van 14 mei 1946, over de verscherping van de controle der prijzen, en op de Wet van 22 januari 1945 over de economische reglementering en de prijzen. De straffen die daarop staan, zijn een gevangenisstraf van 1 maand tot 5 jaar en een geldboete van 100  tot 1.000.000 euro (te vermenigvuldigen met 8 opdeciemen).  De geldboete mag niet minder bedragen dan de reële waarde van de goederen die het voorwerp van de inbreuk uitmaken.

Elke burger die dit soort praktijken opmerkt, kan dit melden bij zijn lokale politiezone of bij de inspectiediensten van FOD Economie die dan een proces-verbaal zullen opstellen. De betrokken verkoper zal gecontroleerd worden en mag zich dan meteen een fikse boete verwachten. Het materiaal dat wordt aangeboden zal in beslag genomen worden, maar ook verzegelingen en dagvaardingen voor de correctionele rechtbank kunnen volgen.