Unieke keuzewijzer moet eetbaar groen brengen in steden en gemeenten

SCHELLE – Duurzaamheid is één van de vijf kernwaarden in het bestuurs-programma van de provincie Antwerpen. De provincie wil haar inwoners en lokale besturen stimuleren om in te zetten op vergroening. Dat daarbij niet alleen aan klassieke projecten wordt gedacht, bewijst de keuze voor ‘eetbaar groen’. Het gaat om een palet aan initiatieven, van stadslandbouw tot zelfpluktuinen, waarvan je letterlijk de vruchten kan plukken.

Om kennis te maken met de verschillende mogelijkheden en uit te zoeken welk initiatief het meest geschikt is voor een organisatie, stad of gemeente, heeft de provincie een unieke keuzewijzer ontworpen. Het is een hulpmiddel om het juiste project op te starten, afhankelijk van een aantal parameters zoals doelstelling en locatie. De Keuzewijzer Eetbaar Groen werd voorgesteld in volkstuin Aerdborg in de Tuinlei in Schelle.

Gedeputeerde Ludwig Caluwé (CD&V): ‘De Keuzewijzer werd ontwikkeld door de Universiteit Antwerpen. Groene ruimte is belangrijk voor onze leefbaarheid en ons welzijn. Meer groen staat garant voor een betere luchtkwaliteit en minder wateroverlast. Het maakt de omgeving meer hittebestendig en draagt bij aan de biodiversiteit. Daarnaast zorgt groen voor een aangename ruimte om te sporten, te ontspannen en elkaar te ontmoeten. Bovendien is het een goed medicijn tegen de verzuring. Lokale besturen kunnen in bebouwde gebieden wellicht beter inzetten op ecologische en sociale meerwaarde van eetbaar groen in een tuin-straat of met een geveltuin. Maar ook op grotere, onbebouwde plaatsen kunnen ze een economische meerwaarde creëren met een volkstuin , een stadsboerderij, een plukweide of misschien wel een daktuin.’

De provincie zal vier projectgemeenten aanduiden. De gemeente Schelle gaat alvast aan de slag met de keuzewijzer. Burgemeester Rob Mennes (CD&V): ‘Hier vind je verschillende vormen van eetbaar groen. Vier jaar geleden investeerden wij in de aanleg van de volkstuin Aerdborg. 75 inwoners tuinieren er en er is een wachtlijst. Hun producten gaan rechtstreeks van de tuin naar de keuken. Zij willen ook aan de slag in het groen. Ondanks de kostprijs die hieraan is verbonden voor de gemeente zijn er ook heel wat kansen. Zo bevordert het de sociale cohesie, het klimaat en de beleving in onze gemeente. We bekijken dan ook nieuwe projecten rond eetbaar groen.’

Marlies Caeyers, adviseur Landbouw van de provincie Antwerpen: ‘Stadslandbouw is bijzonder in trek in Antwerpen en Mechelen maar we zagen dat ook talrijke buurgemeenten aan de slag wilden. De keuzewijzer gidst deze steden en gemeenten doorheen het ganse proces en reikt hen de juiste instrumenten aan. De benaming ‘stadslandbouw’ vonden we in dit geval niet de juiste keuze, vandaar ‘eetbaar groen’. In de eerste fase wordt de beschikbare groene ruimte in kaart gebracht er wordt er een locatieplan opgemaakt met gemeentebesturen en buurtbewoners. Nadien kan men op zoek gaan naar de meest geschikte vorm van eetbaar groen voor die locatie. De laatste stap is de uitwerking van een concreet project.’
Onderzoek toont aan dat gemeenschapstuinen in de bebouwde omgeving meer CO2 opnemen en beter beschermen tegen overstromingen dan bossen en graslanden rond steden en gemeenten. (EM)