Actie rond zelfmoordpreventie in Mortsel en Boechout levert vruchten af

MORTSEL – Uit studies blijkt dat het aantal suïcides in ons land 80 procent hoger lag dan in Nederland. Daarom maakte de Vlaamse overheid in 2012 een actieplan op en bracht in samenwerking met het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP) in maart 2017 de ‘Multidisciplinaire Richtlijn voor de Detectie en Behandeling van Suïcidaal Gedrag’ uit. Wij gingen erover praten met Joris D’Hooghe, beleidsmedewerker en bewegingstherapeut bij Zorggroep Multiversum, bestaande uit het psychiatrisch centrum met twee campussen (Alexianen in Boechout en Amedeus in Mortsel), twee initiatieven Beschut wonen (De Vliering en De Link) en een psychiatrische verzorgingstehuis met vier campussen (Boechout, Mortsel, Malle en Oud-Turnhout).  Dagelijks verlenen 900 VTE’ers zorg aan 1 400 patiënten.

‘De doelstelling om het aantal suïcides in Vlaanderen tegen 2020 met twintig procent te verminderen tegenover 2012 zal worden bereikt. Met de interne beleidstekst ‘Richtlijn Suïcidepreventie’ reikt onze Zorggroep ook een kader waarmee teams een lokaal suïcidepreventiebeleid dienen uit te werken, geënt op de eigen zorgcultuur, de zorgvisie, de doelgroep en de setting.’ De interne richtlijn bevat drie speerpunten. ‘Eerst en vooral moet er worden gezorgd voor veiligheid. Contact maken en het thema suïcide bespreekbaar maken is erg belangrijk net als de infrastructuur binnen de instelling zelf. Bovendien moet er een veilige omgeving worden gecreëerd. Hiervoor brengen we onze medewerkers op de hoogte van de hulplijn van Infrabel. Treinen vertragen en machinisten worden op de hoogte gesteld van het feit dat een patiënt met suïcidale gedachten vermist is.’

Ten tweede moeten onze zorgverleners het risico op suïcide kunnen inschatten. Men brengt beschermende – en risicofactoren in kaart: ‘Heeft de persoon in kwestie al eens een poging ondernomen? Zijn er gevoelens van hopeloosheid of eenzaamheid op te merken? Is er sprake van middelmisbruik? Vaak is er sprake van copycat gedrag. Men moet aan de patiënt vragen durven stellen: ‘Hoe vaak denk je aan zelfdoding?’, ‘Wat zijn de gevolgen voor anderen?’Tenslotte is ook communicatie belangrijk, zorgverleners dienen elkaar op de hoogte te brengen indien er bij iemand een bepaald risico aanwezig is. De uitspraak dat ‘iemand die zegt dat hij zelfmoord zal plegen, dat nooit doet’, is een fabeltje. Uit registraties in het kader van een pilootproject blijkt dat 75% procent van de suïcidepogers die in het ziekenhuis werden opgevangen op voorhand signalen hebben geuit. Een groot deel was al in behandeling bij een huisarts, psycholoog, psychiater,…

‘Naast de gebruikelijke medicamenteuze – en psychotherapeutische interventies stimuleren  we het gebruik van een signaleringsplan van en voor de patiënt, in samenwerking met zorgverleners én de omgeving. Verder zijn er de tools van zelfmoord1813.be zoals de online zelfhulpcursus Think Life. Dit moet ons toelaten om de achterstand met Nederland, waar de drempel naar de zorgsector veel lager ligt en er minder taboe bestaat rond het onderwerp, in te halen. Betreft lokale samenwerkingsafspraken en zorgcontinuïteit nemen we twee keer per jaar deel aan een overleg met partners uit de regio onder leiding van psychiater Mieke Joniaux en het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Andante uit Merksem. Tot slot krijgt elke nieuwe medewerker een basisopleiding suïcidepreventie en worden er opfrissingsmodules voorzien, gericht op een specifieke doelgroep.’ Wie denkt aan zelfdoding of er mee wordt geconfronteerd kan altijd gratis en anoniem contact opnemen met de zelfmoordlijn via het nummer 1813. (EM)