Antwerpse Arbeidsrechtbank volgt Peter Spruyt bij klacht tegen stad Mortsel

MORTSEL – Een week vroeger dan verwacht heeft de Antwerpse arbeidsrechtbank zich uitgesproken in het proces van Peter Spruyt tegen zijn ontslag door de Stad Mortsel. De rechtbank stelt hem volledig in zijn gelijk.

Peter Spruyt werd in september 2017 als gemeentearbeider en ACV-vakbondsafgevaardigde ontslagen door het stadsbestuur, nadat hij een punt bleef maken van een aanslepende asbestverontreiniging. De rechtbank stelt hem nu in het gelijk, en veroordeelt Stad Mortsel tot een schadevergoeding omwille van onrechtmatig ontslag en syndicale discriminatie. Peter Spruyt: ‘Toen ik vaststelde dat er asbest aanwezig was in de hangar waar we aan het werk waren en vroeg of het niet beter was het werk te stoppen op die plek en ons andere opdrachten te geven, werd dit door het stadsbestuur aanzien als werkweigering.’

Ward Coenegrachts (PVDA): ‘Peter Spruyt werkte zeven jaar bij de Stad Mortsel als polyvalente arbeider die mee instond voor het onderhoud van de gebouwen in de stad. Hij was vakbondsafgevaardigde voor ACV en stelde de laatste jaren bij herhaling vast dat er een onderschatting is van het asbestprobleem. Telkens bracht hij feiten aan die duiden op de gevaren en het niet volgen van de regelgeving. Alle specialisten benadrukken dat we veeleisend moeten zijn om het sluipende gevaar van asbest in te dijken, omdat één vezel asbest kan volstaan om binnen 20 à 30 jaar longvlieskanker te veroorzaken.’

In haar vonnis schrijft de Antwerpse arbeidsrechtbank nu: ‘De heer Spruyt had een gegronde reden om het werk te weigeren. (…) Het ontslag was louter een represaille omdat de heer Spruyt opkwam voor het welzijn van de werknemers; het heeft zijn persoonlijke en professionele reputatie aangetast.’ Coenegrachts: ‘Het is onaanvaardbaar dat werknemersafgevaardigden die opkomen voor de gezondheid van hun collega’s aan de kant worden gezet. Het negeren van de eigen veiligheidsprocedures bij de fysieke vaststelling van asbestbrokjes ging in tegen alle regels, en het feit dat er voordien luchtmetingen zijn gebeurd verandert daar niets aan.’

Verder stelt de rechtbank: ‘Het ontslag is onlosmakelijk verbonden met het feit dat hij strikt toezag op de naleving van het welzijn van de werknemers die hij vertegenwoordigde. Dit schept het vermoeden dat hij werd ontslagen omdat hij zijn rol als vakbondsafgevaardigde ter harte nam.’ Advocate Lies Michielsen: ‘De rechter veroordeelt de stad voor syndicale discriminatie. Men erkent dat Peters engagement in de maanden en jaren voordien, als personeelsafgevaardigde, mee heeft geleid tot zijn ontslag. Dat is een waarschuwing voor directies en stadsbesturen die vakbondsafgevaardigden viseren omdat ze opkomen voor de veiligheid of voor hun collega’s.’

Peter Spruyt: ‘Ik heb altijd in eer en geweten voor de stad Mortsel gewerkt. Mijn bezorgdheden over het asbest waren niet enkel voor mezelf maar voor iedereen die in en rond die loods komt. Ik ben blij dat de rechtbank mij na een slopend anderhalf jaar in eer herstelt. Zo gauw het duidelijk is dat er geen beroepsprocedure meer wordt ingezet tegen deze uitspraak en stad Mortsel de boete heeft betaald zal ik het geld ook schenken aan actiegroepen die het verzet verderzetten tegen het asbestgevaar.’ Of de stad effectief in beroep gaat, wist schepen Goele Custers (N-VA) nog niet. ‘We hebben het vonnis nog maar pas ontvangen. Uiteraard hadden we een andere uitspraak verwacht maar we gaan nu alles goed bestuderen en dan een standpunt innemen.’ (EM/ Foto PVDA)