Bernard Claerhout: ‘Mensen hebben soms onbewust puur goud in handen’

BOECHOUT – Bernard Claerhout is gespecialiseerd in het ontwerpen en vervaardigen van bijzondere, handgemaakte juwelen. Zijn collecties zijn tijdloos, sober en vaak architecturaal opgebouwd. Elk jaar houdt hij een vernissage bij hem thuis, in de Heuvelstraat 32 in Boechout. Men kan er momenteel terecht op 1,2, 8 en 9 december, van 10 tot 18 uur.

’In de loop van het jaar werk ik enkel op afspraak. Ik ontwerp niet alleen op maat, ik verkoop ook juwelen. Sinds 2002 vragen klanten mij om een overzichtstentoonstelling te houden en dat doe ik dan op deze plaats, waar in 1911 een slijperij was en nadien een schoenmaker werkte.’ Bernard is afkomstig van Moeskroen. ‘Mijn overgrootvader en zijn broer waren uurwerkmakers. De passie sloeg over van vader op zoon. Mijn vader besloot om er ook juwelen bij te nemen. Mijn broer heeft ondertussen de zaak overgenomen. Eigenlijk was het de bedoeling dat ik dat ging doen maar ik had andere plannen. Ik heb weliswaar gestudeerd voor uurwerkmaker maar trok nadien naar Antwerpen waar ik gedurende vier jaar in Sint-Lucas de richting edel-smederij volgde. Ik had meteen door dat dit mijn ding was. Mijn ouders dreven meer handel terwijl ik ruimte nodig had om te ontwerpen, om creatief te zijn.  Na mijn tweede studiejaar heb ik hen dan ook verteld dat ik niet zinnens was om in de zaak te stappen. Mijn broer wilde dat ook niet, maar op aanraden van zijn vrouw – die nochtans verpleegster was – hebben ze het toch gedaan. Toen ik afgestuurd was, in 1993, heb ik dan een drietal jaar in de diamantbuurt gewerkt. In een atelier kon ik me uitleven met handwerk. Uiteindelijk maakte ik mijn eigen stukken.’

Nadien begon hij een eigen zaak in Berchem. ‘In 1999 stelde ik voor het eerst tentoon. Mensen die nu komen kijken zullen merken dat ik vooral gefascineerd ben door kleurstenen. Mijn vader had een diploma gemmologie (wetenschap die edelstenen en halfedelstenen bestudeert). Mijn materialen zoek ik op beurzen. Die van Antwerpen is natuurlijk vlakbij. Ik hoef maar vijf minuten te lopen, de trein op te stappen en een kwartiertje later ben ik er. Bovendien ga ik naar jaarbeurzen. De grootste in Europa is in Bazel. Samen met die van München interesseert me die het meest. In Idar-Oberstein, net onder Trier – heb je verscheidene edelsteenslijperijen. In de hoofdstraat vind je de ene na de andere stenenwinkel. Ook daar trek ik regelmatig naar toe. De beste beurs vind je in Tucson (Arizona) maar daar ben ik nog nooit geweest. Dat is veel te groots. Tenslotte is ook Hongkong bekend voor zijn diamantbeurzen.’ Mensen kopen juwelen nog altijd het meest als huwelijksgeschenk. ‘De laatste tijd wordt het terug meer en meer gegeven bij een doop en ook de asse van een overledene worden vaak in een juweel verwerkt. Ik doe tevens schattingen maar dat is dikwijls erg moeilijk. De schatting die ik maak is de prijs die je bij mij zou betalen als je het juweel aankoopt. Ik zie af en toe mensen die juwelen hebben gekocht als belegging. Toen ik begon kostte een kilo goud 9 000 euro, nu ongeveer 35 000 en het is ooit 45 000 geweest. Soms kom je rare dingen tegen. Een vrouw kwam naar mij met een heleboel niet zo waardevolle zaken. Toevallig was daar een muntje tussengeraakt waar haar zoontje mee speelde. Ik schatte dat en merkte dat het 180 euro waard was. Die vrouw werd helemaal bleek. Haar zoon ging elke dag met zo’n pak muntjes naar school om ermee te spelen. Ja, mensen hebben soms puur goud in handen zonder dat ze het beseffen.’ (EM)

*Meer info: www.bernardclaerhout.be