BEUKEN VAN DE DREEF IN BOECHOUTSE HOLLEWEG WORDEN GESNOEID

BOECHOUT – De beuken van de dreef in de Holleweg zijn al op gevorderde leeftijd. In 2017 liet de gemeente bij een aantal bomen gezondheidstesten uitvoeren. Het onderzoek toonde aan dat de helft van de bomen stabiel is. De rest haalde een lagere score en is zelfs onstabiel. Ingrijpen is nodig om de dreef te bewaren voor de komende generaties.

Holleweg is een beschermde dreef die uit twee delen bestaat. De dreef zonder verharding, die uitkomt aan de Boshoek, is eigendom van de familie Reynders. Het andere deel is in handen van de familie Moretus. De twee eigenaars zaten met het Agentschap voor Natuur en Bos, het Agentschap Onroerend Erfgoed en de gemeente rond de tafel om de toestand van de bomen te bespreken. Uitgangspunt was alleszins het behoud van de dreef. Ze is immers beeldbepalend en ecologisch heel waardevol. Door nu actie te ondernemen, kan de levensduur van de beuken worden verlengd. Anders zullen de bomen afsterven en omvallen.

Volwassen bomen hebben op een bepaald moment hun maximale groei bereikt. Daarna begint de aftakelingsfase. Die duurt wel een geruime tijd. Typisch is dat de kruin van de boom zich terugtrekt en er lager een nieuwe kroon wordt gevormd. In de natuur gebeurt dit automatisch onder invloed van de weersomstandigheden. Zo komt er meer licht tot aan de nieuwe kruin en komen er scheuten die de nieuwe kruin vormen. In een bewoonde omgeving kan je de natuur echter zijn werk niet laten doen en moet het inkrimpen van de kruin onder gecontroleerde omstandigheden door een boomdeskundige gebeuren. Het is eigen aan oudere bomen, ‘veteranenbomen’, dat ze vol schimmels zitten en gaten, holtes en zelfs afhangende bast hebben. Dat zorgt voor een grote biodiversiteit en vooral na enkele decennia een grote belevingswaarde.

De lindebomen rond de kapel worden eerst aangepakt. Een lindeboom kan een dergelijke snoei goed aan. Beukenbomen zijn veel gevoeliger en kunnen een intensieve snoei moeilijker verwerken. Daarom wordt deze ingreep eerst bij vijf geselecteerde bomen uitgevoerd. Als die bomen het overleven en een lagere kruin ontwikkelen, kan een tweede en derde snoei gebeuren zodat deze oudere bomen nog decennia verder kunnen leven. Na vijf jaar gebeurt er opnieuw een evaluatie ter plekke, waarbij jaarlijks een visuele veiligheidsinspectie gebeurt. Sterven de bomen toch af of vormen ze geen nieuwe kruin, dan heeft snoeien geen zin meer en kan er aan een vervanging op (middel)langere termijn van de beukendreef worden gedacht. (EM/Foto gemeente Boechout)