De oudste inwoners van Mortsel is meer dan zeven miljoen jaar jong.

MORTSEL –  Mortsel heeft er sinds dit weekend een inwoner bij. Het gaat hier echter niet om een mens, maar om een dolfijn en dan nog om een drie-dimensionele. De Eurhinodelphis Cocheteuxi, genoemd naar de kapitein die de leiding had over de graafwerken van het ‘Fort du Vieux’, zwom hier rond ten tijde van het mioceen (23,3 tot 5,3 miljoen jaar geleden).

In 1862 werd zijn uitzonderlijk goed bewaarde schedel teruggevonden tijdens het bouwen van FORT 4. Hij verhuisde naar het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel en is daar tot op vandaag. Dankzij de samenwerking met het GTI van Mortsel, en de tussenkomst van stadswerker Paul Pauwels, is de schedel nu te bewonderen in het bezoekerscentrum van het Fort. Het GTI maakte een prachtige 3D-afdruk van de schedel, die een uitzonderlijk lange en dunne snuit heeft van meer dan een meter lang. Hij kan enkel worden bekeken wanneer het bezoekerscentrum is geopend. Dat gebeurt alvast iedere zondag om 14 uur, wanneer men ook kan deelnemen aan een gratis begeleide wandeling doorheen de vestiging.

Schepen Lieve Voets (N-VA): ‘In 1830 was ons land verplicht zich te verdedigen tegen de Nederlanders. Antwerpen nam een belangrijke plaats in door het plan Brialmont. In 1859 werd dan de Fortengordel aangelegd. De forten werden gebouwd op acht plaatsen rond de Metropool door 30 000 arbeiders, die in het hele land werden gerekruteerd. Die werkten vijftien uur per dag. Uiteraard gebeurde alles met de hand. De aanleg was niet evident want er diende heel wat grond te worden onteigend. In steenbakkerijen moesten kinderen tussen de zes en acht jaar 6 000 kilogram per dag verleggen. Zij legden daarbij 32 kilometer af. Tijdens het bouwen van de fortengordel werden grote hoeveelheden fossiele beenderen van zeezoogdieren uit het neogeen opgegraven, waaronder dit exemplaar.’

Mark Bosselaers is walviskenner en medewerker aan het Museum voor Natuurwetenschappen. ‘In alle forten werden heel wat vondsten gedaan maar het hing uiteindelijk wel van de verantwoordelijke kapitein af of die werden weggeworpen of doorgestuurd voor verder onderzoek. Vaak lezen we dat restanten werden gevonden in ‘zwart zand dat naar zwavel stinkt’, maar veel verder komen we daar niet mee omdat elke ondergrond hier aan die definitie voldoet, zeker in Mortsel. De dolfijn waarvan we de schedel nu in 3D naar het fort hebben gebracht, leefde tussen de zeven en twaalf miljoen jaar geleden. Hij behoort tot een familie waarvan we niet wisten dat ze niet bestond. Typerend is zijn lange snuit, waarvan één-derde geen tanden bevat. De vraag is hoe dit dier hier is terecht gekomen want zelfs destijds lag dit gebied niet aan de zee. België werd toen in twee gedeeld door het Massief van Brabant en de kustlijn liep van Hasselt over Brussel en Arras naar Cap Gris Nez. Toen had men hier een subtropisch klimaat en Engeland hoorde nog bij het vasteland. Opmerkelijk is ook dat deze dolfijnsoort alleen in ons land werd teruggevonden. Men heeft wel gelijkaardige dieren gelokaliseerd in Italië en de Atlantische Kust van de Verenigde Staten. We hebben nog veel vraagtekens en geen idee wat het dier met zijn snuit deed. Zo weten we ook niet hoe het leefde en wat zijn dieet was. Per kaak tellen we 40 tanden van elk drie centimeter en met een diameter van één centimeter. Het  was verwant met rivierdolfijnen. Nu nog kennen we de spitssnuitdolfijnen, die bijzonder solitair leven.’ (EM/Foto Mortsel TV)