Dokters onderzochten immuun-cellenactiviteit bij psychosepatiënten in Wilrijk

WILRIJK – Eén tot twee procent van de bevolking lijdt aan psychoses: episodes gekenmerkt door waangedachten en/of hallucinaties. Een acute opstoot van psychose is één van de belangrijkste redenen voor opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Onderzoekers van de Universiteit Antwerpen – Campus Drie Eiken in Wilrijk – toonden aan dat abnormale activiteit van het immuunsysteem een opmerkelijke rol speelt.

Dokter Livia De Picker (UZA) onderzocht als doctoraatsstudente aan de Universiteit Antwerpen vier jaar lang acuut zieke patiënten tijdens en na een psychose. Hun psychische klachten, zoals waanideeën en hallucinaties, werden gedurende minstens twee maanden in kaart gebracht. ‘Via een innovatieve beeldvormingstechniek die gebruik maakt van radioactieve stoffen konden we voor het eerst bij levende patiënten de activiteit van immuun-cellen in de hersenen tijdens het verloop van de ziekte bestuderen. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de meest acute fase van psychose gepaard gaat met een overmatige activiteit van het immuunsysteem. Dergelijke ‘misplaatste’ immuun-activiteit zou schade kunnen toebrengen aan de normale hersenprocessen. Na behandeling met medicatie bleek de immuunreactie niet meer aanwezig.’

De term ‘psychose’ dekt vele ladingen: mensen kunnen te maken hebben met klachten op vlak van waarneming of inhoud van denken en/of het formele denken en/of psychomotore armoede of onrust. Een persoon die een psychose doormaakt, kan vaak moeilijk een onderscheid maken tussen zaken die van buitenaf komen en zaken die zich in zijn innerlijke beleving afspelen. Hij of zij heeft bepaalde wanen of hallucinaties. Het kan ook zijn dat hij erg verward is in zijn denken en handelen.

Een psychose kan kortdurend en eenmalig zijn of regelmatig terugkeren. In beide gevallen is de ervaring erg schokkend en onrustwekkend. Waar vroeger nogal wat pessimisme was bij hulpverleners over het verloop van een psychose, komt nu het ‘herstel’ meer op de voorgrond als toekomstperspectief. Als je een vader of moeder hebt met een psychose, is de kans dat jij het ook krijgt groter dan voor iemand zonder psychose in zijn familie. Uit onderzoek blijkt dat dit komt door een combinatie van genetische gevoeligheden én omgevingsfactoren die families met elkaar delen. De gevoeligheid voor psychose wordt bepaald door je eigen weerbaarheid en kwetsbaarheid, in combinatie met allerlei beschermende en belastende omgevingsfactoren.

Een andere belangrijke bevinding van het onderzoek in Wilrijk was dat de abnormale immuunreactie bij patiënten jonger dan 30 jaar nog niet aanwezig is, maar vervolgens sterk toeneemt met de leeftijd. ‘Voor het eerst legden we hiermee een verband tussen overactiviteit in het immuunsysteem en versnelde veroudering van de hersenen bij patiënten met een psychotische stoornis. Dit benadrukt het belang van vroegtijdige detectie en behandeling.’ De onderzoeksgroepen Psychiatrie (CAPRI, onder leiding van dr. Manuel Morrens) en Moleculaire Beeldvorming (MICA, onder leiding van prof. Steven Staelens en dr. Sigrid Stroobants) van de Universiteit Antwerpen leidden het project. De studie verliep in samenwerking met de ziekenhuizen van Emmaus, Broeders van Liefde en het UZA, en werd mede gefinancierd door Janssen-Cilag en IWT. (EM/Foto UAntwerpen)