Gitta Vanpeborgh (sp.a Mortsel): ‘Wat me het meest stoort is desinformatie’

MORTSEL – Gitta Vanpeborgh is voor de tweede achtereenvolgende legislatuur schepen in Mortsel. Ze heeft er de bevoegdheden zorg en gezondheid, wonen en sociaal wonen, gelijke kansen en integratie en is bovendien voorzitter van het Bijzonder comité voor de sociale dienst. Mortsel wordt bestuurd door een ‘Antwerpse’ coalitie met N-VA, sp.a en Open Vld.

Een coalitie met N-VA én sp.a: het is niet meteen evident. ‘En toch werken we zeer collegiaal samen. Alle beslissingen worden in alle openheid en eerlijkheid genomen. De burgemeester en de andere schepenen weten dat mijn partijgenoot Steve D’Hulster en ik heel gevoelig zijn voor de sociale en groene thema’s en daar staan ze zeer respectvol tegenover. In sommige gemeenten wordt er voorafgaandelijk aan het college nog eens door elke partij afzonderlijk vergaderd, in Mortsel gebeurt dat niet. We vormen samen een (h)echt team.’

Gitta was altijd geëngageerd. Aan de Unief koos ze voor de studierichting sociale wetenschappen. Ik ben geboren en getogen in Mortsel en heb alle jaren schoolgelopen in het Koninklijk Atheneum van Mortsel. Als kind al had ik het bijzonder moeilijk met het gegeven dat kinderen uit sociale woonwijken vaak werden uitgesloten of ook wel eens werden vernederd door andere kinderen of leerkrachten, omwille van hun kledij hun brooddozeninhoud of woordgebruik. Ik heb kinderen op die manier onterecht zien afzakken van ASO via TSO naar BSO. Die segregatie maakte me toen al kwaad.‘

Ze had ouders die uit een divers milieu kwamen. ‘Mijn mama kwam uit een kroostrijk vrijzinnig arbeidersgezin en mijn papa uit de eerder begoede, christelijke middenstand. Voor mij was het opgroeien in die twee diverse familieculturen confronterend maar ook heel verrijkend. Het vormde mij, als persoon die niet van conflicten houdt, tot een echte bruggenbouwer en het leerde me van verschillende culturen houden. Nadat ik was afgestuurd aan de VUB ben ik in Brussel blijven wonen. Ik heb er onderzoek verricht bij de Marokkaanse gemeenschap.. Nadien heb ik les gegeven aan de Van Artevelde Hogeschool.’

Dat ze met die sociale drijfveer uiteindelijk bij een vakbond terecht kwam was dan ook niet meteen een verrassing. ‘Sinds 1994 werk ik bij het ABVV waar ik heel verschillende functies heb bekleed. Ik werkte er voor de dienst ondernemingen, heb er een genderdepartement geleid en belandde uiteindelijk op de persdienst. Dankzij dit werk heb ik een ongelooflijke werkervaring opgedaan die later in mijn schepenmandaat van pas zou komen. Uiteindelijk ben ik omwille van beroepsredenen van mijn echtgenoot naar de ‘heimat’ Mortsel teruggekeerd. Acht jaar geleden werd ik zwaar ziek en moest ik noodgedwongen thuis blijven. Op het einde van mijn revalidatieperiode kwamen de gemeenteraadsverkiezingen eraan.’

‘Ik ben altijd politiek actief geweest achter de schermen, maar had nooit de intentie om een mandaat op te nemen. Uiteindelijk heb ik me laten overhalen door Steve D’Hulster om als tweede op de sp.a I Love Mortsel lijst te staan. De verkiezingen van 2012 waren positief voor onze partij en voor mezelf: ik werd verkozen, zat in de meerderheid en werd bovendien ook schepen. Dat laatste voelde meteen aan als thuiskomen. Ik kreeg een materie in handen waarmee ik vertrouwd was en die me aan het hart lag. Ik kon ook terugvallen op de ruime werkervaring en opgedane kennis van weleer.… Schepen worden was dan ook een geschenk. Het is ongelooflijk fijn om dichtbij mensen en voor mensen te kunnen werken. En ook het politieke spel van geven en nemen voelt vertrouwd aan omdat ik vroeger namens het ABVV vaak heb moeten onderhandelen met partijen die er een andere mening op nahielden.

‘PROBLEMATIEK ROND WOONWAGENTERREIN VERKEERD AANGEPAKT’

De drijfveer om uiteindelijk toch aan de verkiezingen deel te nemen en het schepenmandaat op te nemen, was haar overtuiging van de noodzaak van een ander beleid. ‘Het sociaal beleid bijvoorbeeld was niet echt top. Toen ik werd aangesteld waren er slechts 2,3 procent sociale woningen. Veel te weinig om ook de prijzen op de private huurmarkt te drukken en een onrecht voor al de Mortselse inwoners die al jaren op de wachtlijst staan. Ook de problematiek rond het woonwagenterrein werd op een verkeerde manier aangepakt. Het was eerder een beleid van betutteling, dan wel van emancipatie. Zo werden er bijvoorbeeld busjes met vrijwilligers ingezet om de kinderen op te halen en naar school te brengen. Ongetwijfeld vanuit een goede intentie, maar het gaat totaal voorbij aan de verantwoordelijkheid van de ouders. Vandaag treden we (terecht) strenger wat betreft het naleven van de afspraken en spelregels, maar we staan ook dichter bij deze mensen door elke drie maanden een bewonersvergadering te organiseren.’

‘We beschikken over een woonwagenterrein met 26 standplaatsen en gaan dit niet verder uitbreiden. Maar dit betekent wel dat we de komende generaties moeten voorbereiden op een toekomst buiten het terrein. Dit betekent een andere levensstijl, hogere huurprijzen, een diploma, een job… ,Een ander heikel punt was de kinderopvang in de stad. Het wordt nog te vaak gezien als een kostenplaatje, terwijl betaalbare en kwaliteitsvolle kinderopvang met ruime openingsuren zeer belangrijk is om jonge beroeps-actieve gezinnen naar Mortsel te brengen en te behouden. ‘Ik werkte destijds in Brussel en moest mijn kinderen in Edegem naar de opvang doen omdat de buitenschoolse opvang in Mortsel al om 17u30 sloot. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad vooraleer we als sp.a de verruiming van de openingsuren erdoor kregen.’ ‘Last but not least is er de gebrekkige aandacht voor onze gewestwegen. Ik woon als enige schepen aan een gewestweg (de Antwerpsestraat). Ik heb ze ook mettertijd zien veranderen. Vroeger had je de sociale cohesie en bijgevolg ook meer sociale controle. Nu zie je dat de verstedelijking zich heeft ingezet. Je merkt het aan de diversiteit van de bevolking maar ook aan de armoedecijfers. Er is altijd te weinig aandacht geweest voor de grote assen. Of het nu gaat over de belijning, de verkrotting, de verlichting, het sluikstorten, of wat dan ook. Het gewest laat hier vele steken vallen, maar dit mag ons niet beletten om bij hen hard op tafel te slaan. We kunnen ook niet om de vaststelling heen dat er tijdens de piekuren veel verkeer door het centrum van Mortsel blijft rijden ‘Ik weet dat veel mensen het niet leuk vinden dat er voor hun deur wordt gewerkt of dat er wegomleggingen zijn maar deze overlast is doorgaans tijdelijk. Op een gewestweg heb je die altijd en daar wonen vaak mensen die om financiële redenen niet kunnen verhuizen.’

‘Of het nu om een boom, of om angst voor toenemende woondensiteit of toenemende of mobiliteit gaat … elke keer weer is er telkens een excuus om stokken in de wielen van een sociaalwoonproject te steken. Maar wees gerust, in 2025 gaan we ons objectief in verband met sociale woningbouw halen. In elk nieuw bouwproject proberen we overigens ook groene ruimte te creëren. In De Perenpit en in de Drabstraat is dat er nu helemaal niet. Het Stadsplein ging helemaal worden volgebouwd maar wij hebben gekozen om een gedeelte groen te behouden. De partij Groen kan ons alvast niet verwijten dat we geen groen hart hebben.’

‘BINNEN EEN GEMEENTEBESTUUR HEEFT ALLES TE MAKEN MET RESPECT EN OPENHEID’

Eén van de actuele punten is de hervorming van ons parkeerbeleid. ‘Hier hebben we ook aandacht voor mensen die niet kiezen voor autobezit of die een auto delen. Mensen die geen wagen hebben krijgen uiteraard ook al eens bezoek van familie of mantelzorgers. We overwegen om hen een aantal vouchers te geven om het bezoek of de mantelzorger te laten parkeren.. Ook het autodelen willen we belonen. We gaan bekijken of we een bewonerskaart kunnen uitreiken die toelaat om in twee verschillende zones te parkeren. Dat zijn voorstellen die wij als sp.a naar voor schuiven maar waar onze coalitiepartners ook voor open staan. Alles heeft te maken met respect en openheid. Toen het nieuwe zwembad er kwam had iedereen daar een mening over. Voor ons was het duidelijk dat we, vanuit gelijke kansen en vanuit de regiobehoefte, resoluut moesten gaan voor een zwembad waar, ook mensen met een beperking terecht kunnen. Recent kregen we op aangeven van diverse gebruikers nog de vraag om voor de kleedkamers nog in extra tilliften te voorzien. Er werd onmiddellijk werk van gemaakt. Ook op het vlak van gelijke kansen zien we stilaan een kentering in Mortsel.’

De houding van de oppositie, daar heeft ze het soms moeilijk mee. ‘Mocht ik in de oppositie zitten, dan zou ik ongetwijfeld anders oppositie voeren. Een constructieve oppositie meer toegespitst op het algemeen belang van de Mortselaar. We worden overstelpt met interpellaties en informatieve vragen. Dat mag, dat kan en dat moet zelfs. Maar al te vaak gaat het over persoonlijke dossiers, de eigen straat, het eigen belang en zelfs de eigen zaak. Daar dient politiek niet voor. Als oppositielid zou ik meer begaan zijn met het algemeen belang en vragen stellen over het budget bijvoorbeeld. Maar die zijn er niet geweest. Wel heeft men ervoor gezorgd dat het project Lepelhof wordt uitgesteld en dat mensen die op een wachtlijst staan voor een sociale woning nog langer in de kou blijven staan. Waar ik zeker niet tegen kan is desinformatie. Wanneer ik het informatieblad van politieke partijen uit de brievenbus neem dan lees ik soms flagrante onwaarheden. Dat kan echt niet. In de politiek moet je eerlijk zijn en geen onwaarheden vertellen.’

Datgene waar haar hart echt naar toe gaat is ongetwijfeld het Voorzitterschap van het Bijzonder comité sociale dienst. ‘In dit comité tref je, in tegenstelling tot in de gemeenteraad, een heel andere sfeer over de partijgrenzen heen. Samen beslissen we over zeer persoonlijke en soms heel pijnlijke dossiers. Beslissen over het al dan niet toekennen van ocmw steun en de voorwaarden die je daarbij oplegt. En die meningen durven wel eens uiteen te lopen. Als voorzitter is het je taak om tot een goede gezamenlijke beslissing te komen en ook duidelijke taal te spreken naar de mensen die steun vragen. Ik eis ook een engagement van de persoon die steun krijgt toegewezen. Op dat vlak ben ik een echte verdedigster van rechten en plichten. De kansarme groep die steun nodig heeft is ongelooflijk gegroeid. Vandaag zijn het niet alleen leefloners, maar ook mensen met een laag pensioen, met een lage uitkering of een miezerig loon. Een spijtige evolutie, een gevolg van de besparingspolitiek en een bijkomende uitdaging voor de toekomst.’ (EM)