Handelspanden in de Zuidrand: van 456 in Mortsel tot 70 in Lint

MORTSEL – De vijf Vlaamse provincies publiceren voor de zesde keer op rij een nieuwe update van de feitenfiches detailhandel. In de feitenfiche vindt men een overzicht van relevant cijfermateriaal over het winkelaanbod. De cijfers vormen zo een nuttig instrument om de beleidsplannen lokale economie van steden en gemeenten vorm te geven.

De leegstand in Vlaanderen is toegenomen, maar de stijging vlakt af. In de provincie Antwerpen tellen we tien procent leegstand (in aantal panden), voor heel Vlaanderen is dat 9,5 procent. Gedeputeerde Ludwig Caluwé (CD&V): ‘Het aantal winkels in Vlaanderen daalt al jaren, maar tegelijkertijd bouwt de vastgoedsector nieuwe winkelpanden bij. En dan vooral buiten de kernen. De provincie moedigt steden en gemeenten aan om in het kader van een lokaal detailhandelsbeleid een of meerdere kernwinkelgebieden af te bakenen. In die gebieden kunnen ze een actief beleid voeren om het winkelaanbod gezond en evenwichtig te houden en om leegstaande panden te vullen door centrummanagement, locatiebeleid, … Minder gunstig gelegen panden, buiten die kernwinkelgebieden, krijgen bij voorkeur een andere functie, zoals bijvoorbeeld wonen.’ Het team Detailhandel van de provincie Antwerpen biedt een helpende hand met verschillende instrumenten. ‘We doen dat niet enkel door de feitenfiche beschikbaar te stellen. Ons detailhandelsteam van zeven adviseurs met ervaring in vastgoed en retail helpt de gemeenten om het detailhandelsbeleid uit te tekenen én om concrete acties uit te voeren.’

In de Zuidrand telt Mortsel (456) het meeste aantal handelspanden voor Kontich (345), Edegem (231), Aartselaar (229), Borsbeek (142), Boechout (127), Hove (79) en Lint (70).
In een aantal steden en gemeenten in onze provincie daalt de leegstand ten opzichte van vorig jaar: bijvoorbeeld in Geel, Turnhout, Arendonk, Berlaar, Duffel, Retie, Brasschaat en Schoten. Deze gemeenten zien het resultaat van een actief detailhandelsbeleid.

Vooral voor kleinere kernen is het belangrijk om te investeren in een gepast detailhandelsbeleid dat een evenwicht zoekt tussen de kern en de rand. De provincie neemt hierin het voortouw met een verdergezet baanwinkelproject. Langs de N10 Lier-Aarschot worden theoretische modellen om het evenwicht baanwinkels/kernwinkelgebied te vinden, de komende jaren in de praktijk omgezet. Trends zetten zich verder door. Voedings- en levensmiddelenwinkels dalen in aantal, maar ze worden wel steeds groter, denk maar aan de groei van de supermarkten. Het aantal bakkers- en slagerswinkels daalt al een jaar of vijf, het aantal speciaalzaken in koffie en thee of chocolade groeit echter.

Uiteraard zorgt e-commerce voor woelige tijden in de retailsector. Persoonsgebonden diensten (behalve financiële) lijden daar niet onder: zo kun je je haar niet online laten knippen. Deze diensten vormen het grootste aandeel in het pakket diensten. De assumptie is dat consumentenuitgaven voor retail stabiel blijven (bron: gezinsbudgetenquête). Toch zien we het aantal vierkante meter winkelvloeroppervlakte stijgen, met als gevolg een dalende winkelvloerproductiviteit. Uiteraard kan dit de rendabiliteit van winkels onder druk zetten. Alle cijfers, over leegstand in uw gemeente, maar ook over demografie, inkomen, werk,… vind je op https://provincies.incijfers.be/jive/report/?id=rapport_detailhandel&openinputs=true&project=ff. Je kiest op dit platform voor kant-en-klare rapporten of gaat zelf aan de slag met een rijk gamma aan cijfergegevens uit verschillende bronnen. (EM)