Joost Derkinderen (Groen-Gangmaker Boechout): ‘Privacy is hoeksteen van democratie’

BOECHOUT – September is niet alleen de maand waarin kinderen opnieuw naar school gaan, ook politici hervatten hun werkzaamheden. Wij, van Radio Zuidrand, starten opnieuw met onze weekendinterviews, waarin we lokale politici aan het woord laten. Als eerste komt Joost Derkinderen aan de beurt. In juni volgde hij Mik Renders op als gemeenteraadslid voor Groen-Gangmaker in Boechout. Joost werd geboren in 1973 en woont zeventien jaar in Boechout.

Het groene en solidaire gedachtengoed zit hem in het bloed. ‘Ik ben geboren in Zaïre. Mijn ouders waren ontwikkelingshelpers. Mijn vader startte landbouwcoöperaties op via de NGO Coopibo, wat later fuseerde met Vredeseilanden. Mijn moeder was verpleegster en hoofd van de kraamkliniek. Mijn ouders merkten vlug dat ik gefascineerd was door de natuur. Zaïre is een ideaal land daarvoor. Insecten zijn daar meerdere keren zo groot als hier bijvoorbeeld. We hebben tijdens de beginjaren ’80 twee jaar in Ecuador gewoond alvorens naar België af te zakken. In Ecuador zijn mijn ouders gescheiden. Mijn vader is veel te jong gestorven. Ik heb een ongelofelijke rijkdom meegekregen van hen. Het werk dat ze deden, met groot respect voor de eigenwaarde van de mensen die ze hielpen, dat zijn voorbeelden en waarden die ik voor de rest van mijn leven meedraag. De Noord-Zuid-politiek, Fairtrade, solidariteit: het sprak me allemaal erg aan. Vroeger was ik vooral een denker en wat timide. Dat laatste kunnen mensen, die me niet zolang kennen, amper geloven.’

In Boechout werd Joost, als geëngageerd burger, lid van de milieuraad. Twee jaar later vroeg men hem om voorzitter te worden. ‘Ik vond dat ik iets moest doen voor het milieu en de natuur. Ik ben zo’n tien jaar voorzitter geweest. Zo heb ik een aantal projecten opgestart of ondersteund waaronder het Repair Café. Dat was al aanwezig in een vijftal andere gemeenten van de Zuidrand maar niet in Boechout. Het is belangrijk dat je dingen repareert en niet zomaar iets nieuws koopt. 70 tot 80 procent van de reparaties lukken. Het is een project dat verschillende aspecten combineert: het is goed voor het milieu, helpt soms mensen die het niet al te breed hebben en vermits je samen iets repareert komt ook het sociale naar voor. Iedereen mag geven wat hij wil: tien cent of tien euro: het maakt niet uit.

Joost Derkinderen stond mee aan de wieg van ’t Waait in ’t Park. ‘Dat festival bestaat twaalf jaar. De toegang is gratis en de prijzen van consumpties zijn erg democratisch. Iedereen mag zijn eigen picknick meenemen. Wanneer we aan het eind van de dag het terrein opruimen hebben we slechts enkele vuilzakken nodig. Het is ook een organisatie die sterk wordt gesponsord door de lokale middenstand.’ Een groep van een 40-tal mensen maakt gebruik van de samentuin Wijveld op enkele honderden meter van de woonst van Derkinderen. ‘We beschikken over een stuk grond van 10 000 vierkante meter. Koen Steel van de KWB was enkele jaren geleden op zoek naar een locatie voor de samentuin. Dankzij de gemeente en Igean kunnen we met hulp van kwb Boechout die plek gebruiken. Dit heeft niets te maken met volkstuintjes, waar iedereen voor zichzelf werkt, hier doen we het samen.’

‘Opnieuw een sociaal en ecologisch project dus, waarbij iedereen samen de handen in elkaar slaat. Het leuke is dat je de tuin kan waarnemen vanuit de lucht. Via Google Earth is hij goed zichtbaar. Pas op, ik ga ook naar de supermarkt hoor, maar als je lokaal kan kweken dan ligt de CO2-uitstoot een pak lager. Bovendien gebruiken we geen pesticiden of herbiciden. We laten de natuur op veel plaatsen haar gang gaan. Er zijn al hazen gespot, miljoenen insecten en af en toe een fazant, de biodiversiteit is op enkele jaren sterk gegroeid. En zeggen dat dit vroeger een dor maïsveld was. Wie meedoet engageert zich om zo’n vier uur per week te komen werken, maar goed, dat is voor sommigen van ons maar een fractie van de tijd die je anders gebruikt om aan je pc te zitten of je smartphone te gebruiken.’

Een ander initiatief in de buurt is het moestuinpark van Kevin D’Hondt in den Boshoek. Daar huur je voor een bescheiden bedrag een stuk grond waar je groenten op kan kweken. ‘We moeten natuurlijk niet terug in grotten gaan wonen, we kunnen nog steeds een comfortabel leven hebben.’ In Lier, kan je Joost ook vinden in de pluktuin. ‘Je betaalt jaarlijks een bepaald bedrag aan de persoon die groenten kweekt en je plukt wat je nodig hebt. C.s.a. Land van Duwijck is voor ons heel dichtbij, vandaar die keuze. Wij geven ons geld aan Birgit, die voor onze groenten en fruit zorgt, in plaats van één of andere anonieme aandeelhouder van een supermarkt. Birgit ( en dat geldt voor alle lokale handelszaken, zelfstandigen,…) geeft een deel van dat geld ook weer uit in Boechout en omstreken.’

Als je zelf te weinig tijd hebt om mee je handen uit de mouwen te steken of om te plukken kan je bij VremdVeld groentepaketten bestellen, en fruit plukken. Met een oogstaandeel (jaarabonnement) kun je 40 weken lang je groentepakket ophalen. ‘Ongeveer 70 procent van ons voedsel halen we uit de onmiddellijke omgeving. Stel dat je heel de tijd moet rekenen op invoer uit het buitenland en oogsten mislukken, dan kunnen wij nog verder.’

‘Er zijn veel mensen die ervan uitgaan, dat alles gaat blijven duren zoals het nu is, en dat de economie eeuwig zal blijven groeien. Dat kan gewoonweg niet, we hebben maar één planeet, en we moeten daar zuinig voor zijn. Oog hebben voor duurzaamheid, nadenken over waar we ons voedsel vandaan halen, waar we onze energie vandaan halen, hoe we duurzaam met ons kostbare water moeten omgaan, dat kan er allemaal voor zorgen dat we binnen de grenzen blijven van wat de natuur aankan. Veel van de oplossingen kan je lokaal vinden en toepassen. We moeten natuurlijk niet terug in grotten gaan wonen, we kunnen nog steeds een comfortabel leven hebben. Ik wil niet wachten, en probeer mee met anderen van alles uit. Repair café, samentuinen, pluktuinen, misschien een deeldepot opstarten in Boechout,… Meewerken aan positieve voorbeelden, daar ga ik voor, het kan echt anders.’

Door de zomerstop maakte Joost Derkinderen nog maar één gemeenteraad mee. ‘Ik ga zeker met een aantal thema’s naar voren treden. Zo stelde Mik Renders voor om een actieplan op te zetten tegen holebifobie. ‘Homo’ wordt al te vaak als scheldwoord gebruikt. Men beseft niet wat dit doet bij een jongetje van elf bijvoorbeeld dat beseft dat het zich aangetrokken voelt tot andere jongetjes. Dat moet verschrikkelijk zijn. Ik raad iedereen aan om de VPRO-reportage ‘Pisnicht’ te bekijken. Daar leer je veel van. Bovendien is er nog steeds geweld tegen holebi’s. Het neemt niet af en gebeurt ook in Boechout. Ik ben ervan overtuigd dat mensen niet altijd homohaters zijn, dat ze het gewoon gebruiken als scheldwoord, maar de gevolgen kunnen groot zijn. Het is geen toeval dat het aantal depressies en zelfmoordpogingen bij holebi’s hoger ligt dan bij hetero’s. Bovendien is de haat de laatste tien jaar toegenomen op de sociale media. De toon is vaak heel negatief en haatdragend.

Joost liet zich tijdens zijn eerste gemeenteraad al opmerken door zich te onthouden bij een stemming. ‘Het ging over het gebruik van mobiele ANPR-camera’s. In principe ben ik niet tegen camera’s die zijn soms heel nuttig. Het enige probleem is dat er bij die ANPR-camera’s te weinig wordt nagedacht over het feit dat privacygegevens een jaar worden bijgehouden. Nummerplaten van alle auto’s worden opgeslagen, maar ook het aantal inzittenden. Dit gaat in tegen het vermoeden van onschuld. Ik ben ervan overtuigd dat de politie die data niet gaat misbruiken maar wat als die info in verkeerde handen komt, en wat zetten we nog meer op de helling? Zo kunnen alle ANPR-camera’s gezichten herkennen. Dat is vooralsnog verboden in ons land maar ter rechterzijde zijn er politici die dat graag veranderd zien ‘voor onze veiligheid’. Ook hier hetzelfde probleem: het kan worden misbruikt en het is buitenproportioneel. Ik zit ook in de politieraad, Ingrid Pira, mijn partijgenote uit Mortsel, heeft gevraagd om de zaak na één jaar te evalueren. Dat heb ik dan volmondig bijgetreden.’

‘HET EERSTE WATER DAT UIT DE DOUCHE KOMT GEBRUIKEN WIJ ALS DRINKWATER’

‘Er is nog een ander aspect. Eén camera kost 10 000 euro. Dan moet je nog personeel hebben die dat monitort. De budgetten zijn niet oneindig, we hebben nood aan wijkagenten die dicht bij de mensen staan in plaats van mensen die van op afstand camera’s monitoren. Ik vind dat we goed moeten afwegen voor welke optie we kiezen. Daarbovenop las ik zonet nog een artikel over databaselekken, waarbij vingerafdrukken en gezichtsprofielen van miljoenen mensen werden gestolen. Met ANPR wordt er veel meer informatie opgeslagen dan nodig is en de wetgeving loopt meestal achter op wat technologie kan. Privacy is de hoeksteen van democratie. Uiteraard geven mensen ook veel van zichzelf prijs via hun smartphone maar dan is het op eigen initiatief, dan geven ze zelf de toestemming.’.

‘Ach, er zijn zoveel dingen die ik in de wereld wil veranderen. Ik hou wel niet van het opgeheven vingertje, van mensen terecht te wijzen, zo is het moeilijk om mensen te overtuigen. Misschien dat ik binnen enkele jaren het vliegtuig neem om mijn broer te bezoeken die in Ecuador woont, zeilen lijkt me leuk ( knipoogt ), maar dat zit er niet echt in vrees ik. Ik zal het vliegtuig voor de rest wel proberen zo veel als mogelijk te vermijden. Natuurlijk mag het voor mij allemaal wat sneller gaan, en zal ik wel spreken over de problemen en vooral over de oplossingen die er zijn. Een heilig boontje ben ik zeker niet. Werken aan een gezondere solidaire wereld, met respect voor de natuur, en dus voor onszelf, dat is geen race tegen elkaar, dat doen we samen.’

Joost wil ook dat beslissingen die in de gemeenteraad worden genomen een armoedetoets ondergaan. ‘Armoede gaat over heel veel domeinen maar wat je kan doen moet je doen. Velen hebben het al moeilijk, dan moeten we er zorg voor dragen dat we dat zeker niet erger maken door beslissingen van ons bestuur. In ons land kan de rijkdom beter worden verdeeld. Onder meer daarom ben ik ook vakbondsafgevaardigde geworden, en zal je me regelmatig op acties tegenkomen die voor een betere verdeling ijveren. Armoede is een zwaar onderschat probleem, ook in onze zogenaamd rijke gemeente.’

Vijf jaar geleden is Joost vegetariër geworden. “Thuis was ik begonnen met zo veel mogelijk water te besparen, regenwaterput aansluiten bijvoorbeeld. Eén van de tips die ik had opgepikt was om het eerste koude water dat uit de douchekraan komt en dat je toch niet gebruikt om te douchen, op te vangen. Kijk, het staat hier in de glazen verdeler in de keuken. Het is al jaren ons drinkwater. Het smaakt perfect.’ Wat water met vegetarisme te maken heeft: Ik werk mee aan Konfijt ( food/music festival dat op 10 november in Boechout plaatsvindt ), deels door mijn aanwezigheid ( en een vleugje humor ) sluipen er vegetarische hapjes binnen op het foodfestival, mag voor mij wat meer zijn ( lacht ), maar stapje voor stapje. Wouter Keersmaekers, één van de hoofdorganisatoren van Konfijt en chef van de Schone van Boskoop is een echte bourgondiër, hij houdt van kwaliteitsvol eten, waaronder vlees, maar kan ook waanzinnig lekkere vegetarische gerechten maken. Hij maakt tijdens het festivalletje een stevige vegetarische portie voor me klaar. ‘ (EM)