Nieuwe aanpak van UZA Edegem biedt onmiddellijk soelaas bij wespenallergie

EDEGEM – Een allergie voor het gif van insecten kan levensbedreigend zijn. Jaarlijks sterven er in Europa zo’n 150 mensen aan een allergische reactie na een wespen- of bijensteek. Wie één keer een veralgemeende allergische reactie heeft gehad, kan een tweede voorkomen met behulp van immunotherapie. Het UZA is het enige centrum in Vlaanderen dat een ‘ultra rush’ schema aanbiedt, een behandeling waarbij de patiënt na drie uur al is beschermd.

De wespen zijn weer in ons land. Wespen zijn veelvuldig aanwezig in juni tot en met oktober. Vooral vanaf augustus gaan de wespen op zoek naar zoetigheid (zoals fruit, stroop, suiker, ijs, limonade en frisdrank). Wees altijd op uw hoede bij bijvoorbeeld een bezoek aan de markt of als u op een terras zit. Kijk uit bij afvalbakken, vooral in GFT-afval zitten vaak wespen. Een steek van een wesp, bij of hommel is nooit fijn, maar het ongemakkelijke gevoel gaat meestal snel voorbij. Voor wie allergisch is voor het gif – zo’n vier procent van de bevolking – kan een wespensteek echter levensbedreigend zijn. Professor Didier Ebo, adjunct diensthoofd immunologie, allergologie en reumatologie van het UZA: ‘Is de huidreactie groter dan tien centimeter en na 24 uur nog niet verdwenen, dan spreek je van een grote lokale reactie. Zijn er binnen de twee uur ook klachten op andere plaatsen van het lichaam, zoals jeuk, bultjes of zwelling, dan heb je te maken met een algemene allergische reactie. In het slechtste geval gaat die gepaard met een astma-aanval, zwelling in de keel of een plotse bloeddrukdaling.’ Indien je allergisch blijkt aan wespengif, is de kans dat je bij een volgende wespensteek opnieuw minstens even heftig reageert ruim 50 procent bij volwassenen en 30 procent bij kinderen.

Professor Vito Sabato, staflid immunologie: ‘Enkel immunotherapie kan bescherming bieden en het risico van 50 producent kans reduceren naar twee procent. Immunotherapie is heel effectief en kan het leven van een wespengif-allergisch persoon redden.’

Op basis van de beschrijving van de patiënt en bijkomende tests gaat de arts eerst na voor welk gif de persoon in kwestie allergisch is en of hij in aanmerking komt voor immunotherapie. Patiënten die alleen een grote lokale steekreactie vertoonden, zijn niet geschikt en moeten dus ook niet worden getest. Voor de eigenlijke therapie, waarbij de patiënt inspuitingen met een sterk verdund gif krijgt, bestaan verschillende startschema’s. Enerzijds is er de traditionele startfase, waarbij het verschillende weken tot maanden kan duren alvorens de patiënt is beschermd. Anderzijds is er de zogenaamde ‘semi-rush’ methode die een opname in het ziekenhuis van minstens drie dagen vergt.

Het UZA biedt nu als enige centrum in Vlaanderen een ‘ultra rush’ behandeling aan, waarbij de patiënt na 2,5 uur in het dagziekenhuis al is beschermd, zonder in te boeten op doeltreffendheid en veiligheid. In geval van een allergie voor wespengif zijn patiënten na de behandeling voor 95 tot 99 procent beschermd. De kans op een allergische reactie bedraagt dus nog maar één à twee procent. Professor Ebo: ‘Treedt er toch nog een allergische reactie op, dan is die meestal een stuk milder.’ Vooral allergische patiënten die een beroep uitoefenen waarbij ze een hoog risico lopen om in aanraking te komen met wespen, zoals landbouwers, tuinders of brandweerlui, zijn gebaat bij de snelle ‘ultra rush’ behandeling. Professor Sabato: ‘Voor hen is het van groot belang om zo snel mogelijk beschermd te zijn, in hetzelfde seizoen. Bovendien is de kortere behandeling goedkoper.’ (EM/Foto Antigifcentrum)