Scanner UAntwerpen ontsluiert geheimen van Vermeers topwerk

‘Meisje met de parel’ stond oorspronkelijk voor groen gordijn

Een team van internationale topwetenschappers kreeg erg uitzonderlijk de mogelijkheid om het ‘Het Meisje met de Parel’, het wereldberoemde schilderij van Vermeer, grondig te bestuderen. Erfgoedwetenschappers van de Universiteit Antwerpen namen het meesterwerk onder de loep met hun unieke scanner. Het onderzoek leidde tot verscheidene nieuwe inzichten, vooral over Vermeers materiaalgebruik.

De Nederlandse meester Johannes Vermeer schilderde ‘Het Meisje’ omstreeks 1665. Sinds 1902 hangt het topwerk in het Mauritshuis in Den Haag. In het kader van het onderzoeksproject ‘Het Meisje in de Schijnwerper’ nodigde het museum een internationaal team van wetenschappers uit. Via non-invasieve beeld- en scantechnieken, digitale microscopie en verfmonsteranalyses kwamen zij dichter dan ooit tevoren bij het schilderij.

“We zijn met ons project dichter bij Vermeer en ‘Het Meisje’ gekomen dan ooit tevoren”, vertelt Abbie Vandivere, hoofd van het onderzoeksproject. “De mogelijkheid om de veelheid aan data uit de verschillende technische onderzoeken met elkaar te kunnen vergelijken, leverde veel meer op dan wanneer slechts een van de technologieën zou zijn gebruikt. Het schilderij is een persoonlijker afbeelding dan we dachten. Ten slotte weten we na dit onderzoek beter dan ooit tevoren wat precies de bewaringstoestand van het schilderij is. In de komende jaren kunnen we veranderingen dus optimaal monitoren”.

Rubens en Van Eyck

Naast wetenschappers uit Nederland en de Verenigde Staten maakten ook onderzoekers van UAntwerpen deel uit van het team. Zij namen het topwerk onder de loep met hun unieke MA-XRPD-scanner, een toestel dat kristalstructuren in de verf kan identificeren. Belangrijk, want een dergelijke analyse levert nieuwe inzichten in het materiaalgebruik van de schilder op.

“Dit was een bijzondere opdracht”, blikt prof. Geert Van der Snickt terug. “Dit iconische schilderij reist nooit, blijft altijd aan de muur hangen. Nu werd het erg uitzonderlijk één maand lang van de muur gehaald. Wij ontdekten onder meer dat Vermeer maar liefst vier soorten loodwit gebruikte. Dat deed hij niet toevallig: hij koos het subtype heel bewust naargelang het subtiele optische effect dat hij wilde bereiken.”

Volgens prof. Koen Janssens kan Vermeer gerust een ‘material scientist’ avant la lettre genoemd worden. “Hij wist veel meer over verf en technologie dan we tot nu toe dachten. En hij gebruikte het materiaal ook veel verfijnder dan we vermoedden. Vraag is natuurlijk of alleen Vermeer dit deed. Wij vermoeden van niet. In de toekomst gaan we dergelijke analyses ook maken voor onze Vlaamse meesters uit die periode, zoals Rubens en Van Dyck. We zijn thans bezig met na te gaan of Jan Van Eyck – die tweehonderd jaar vroeger leefde – ook al wist wat Vermeer in de praktijk bracht.”

Enkele van de meest opvallende vaststellingen uit het onderzoek naar ‘Het Meisje met de Parel’:

–         Meisje had wimpers

Waar met het blote oog het meisje altijd wimperloos lijkt, werden met macro-röntgenfluorescentiescanning en onder de microscoop toch kleine haartjes rond beide ogen waargenomen die in de loop der eeuwen eveneens zijn verdwenen. Onder meer deze ontdekkingen maken het werk ‘persoonlijker’ dan eerder gedacht, maar de vraag wie precies het meisje op het schilderij is geweest, blijft een mysterie.

–         Subtiele schildertechnieken

Er kwam ook meer aan het licht over Vermeers subtiele manier van schilderen en de wijze waarop hij clair-obscureffecten realiseerde. Vermeer zette het schilderij op in verschillende tinten bruin en zwart. Onder de zichtbare verf zijn in infraroodbeelden, brede, krachtige penseelstreken te zien. Met dunne zwarte lijnen schilderde hij de contouren van het meisje. Tijdens het nieuwe onderzoek ontdekte men dat Vermeer wijzigingen in de compositie aanbracht tijdens het schilderproces: de positie van het oor, de bovenkant van de hoofddoek en de achterkant van haar hals werden veranderd. De schilder werkte daarbij systematisch van achtergrond naar voorgrond: na het opzetten van de groenige achtergrond en de huid van het gezicht van het meisje, schilderde hij daarna achtereenvolgens haar gele jas, witte kraag, hoofddoek en ‘parel’. De parel is slechts illusie, bestaande uit enkele doorschijnende en dekkende vegen witte verf. Vermeer signeerde zijn kunstwerk linksboven met IVMeer.

–         Gordijn als achtergrond

Een van de meest verrassende ontdekkingen was dat de achtergrond van ‘Het Meisje’ niet zomaar een lege donkere ruimte is: Vermeer schilderde haar voor een groen gordijn. Met de nieuwe technieken zijn diagonalen en kleurverschillen rechtsboven in het schilderij waargenomen. Die suggereerden een geplooide stof. In de loop der eeuwen verdween het gordijn uit het zicht door het ontkleuren van de groene verf.

–         Schitterend wit

Het onderzoek bracht ook het kleurenpalet van Vermeer voor het eerst nauwkeurig in kaart: rood (vermiljoen, en rode lak van cochenille), verschillende tinten geel en bruin (aardepigmenten, lood-tin-geel en gele lak), blauw (ultramarijn en indigo), tinten zwart (houtskool en beenderzwart) en wit (verschillende soorten loodwit) . De aandacht van het Antwerpse team ging vooral uit naar Vermeers wit(ten). Die zijn zeer belangrijk om het clair-obscur op meesterlijke wijze te kunnen weergeven. Het blijkt dat hij op weloverwogen wijze twee soorten loodwitpigment heeft gebruikt met sterk verschillende optische en uitvloei-eigenschappen: één “witter dan wit” dat heel efficiënt het licht reflecteert en een ander dat wat grijzer overkomt. Hierbij wist hij subtiele kleurschakeringen en een naadloze overgang van licht naar schaduw in de huid van het meisje te bereiken. Daarnaast komen in ‘Het Meisje’ nog twee andere loodwittypes voor. Vermeer moet dus goed op de hoogte zijn geweest van verschillende kwaliteiten loodwit die in de 17e eeuw op de Nederlandse markt voorhanden waren.

–         Duurder dan goud

De ingrediënten voor de kleuren kwamen vanuit de hele wereld: gebieden die tegenwoordig tot Mexico en Centraal-Amerika behoren, Engeland en mogelijk Azië of West-Indië. Opmerkelijk is het overvloedige gebruik door Vermeer van ultramarijn van zeer hoge kwaliteit (in de hoofddoek en de jas) dat uit het gebied afkomstig is van het huidige Afghanistan. Gemaakt van de steen lapis lazuli was de vervaardiging van natuurlijk ultramarijn tijdrovend, bewerkelijk.  In de 17de eeuw was het pigment zelfs kostbaarder dan goud. De steen werd mogelijk eerst verhit, waardoor deze makkelijker vermalen kon worden en een meer intens blauwe kleur opleverde.

Onderzoeksteam

Het onderzoeksteam stond onder leiding van Mauritshuis restaurator Abbie Vandivere. Het meisje in de schijnwerper is een initiatief van het Mauritshuis en werd uitgevoerd als een samenwerkingsproject in het kader van het Netherlands Institute for Conservation+Art+Science+ (NICAS: Rijksmuseum, TU Delft, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Universiteit van Amsterdam), samen met de Universiteit Antwerpen, Vrije Universiteit Amsterdam, Shell Technology Centre Amsterdam, Hirox Europe, de National Gallery of Art, Washington en vele andere partners.

Voor meer informatie:

Foto’s: ©Uantwerpen