Slachtoffers grote brand GB-depot Edegem krijgen een gedenksteen in Ter Eyke

EDEGEM – Op vrijdag 13 september 1968 brak in het GB-depot in Edegem, in de Drie Eikenstraat waar nu Woonzorgcentrum Ter Eyke is gevestigd, een hevige brand uit. Het vuur was ontstaan in de speelgoedafdeling van het gebouw maar drong al snel door naar de kantine waar op dat moment 150 mensen aan het lunchen waren. Uiteindelijk vielen er twee dodelijke slachtoffers te betreuren en vele gewonden. Om hen te herdenken wordt er morgen donderdag een gedenksteen onthuld door burgemeester Koen Metsu (N-VA) op de plaats van het gebeuren.

Metsu: ‘De brandweer van Edegem was toen snel ter plaatse en zette de blussingswerken in. Hun collega’s uit Antwerpen kwamen na een uur versterking bieden. Ongeveer 6 000 van de 65 000 vierkante meter werd door het vuur vernield. Verschillende medewerkers hielpen bij de evacuatie van het personeel en het materiaal. Twee leden van het ‘Vrijwillige brandweerkorps van het DC ‘ (Frans Nys uit Boechout en Joris Cools uit Edegem) kwamen om. Een honderdtal anderen raakten gewond.’ Schepen Koen Michiels (N-VA): ‘Om deze gebeurtenis te herdenken richten de gemeente Edegem en het GB-comité ‘Vrienden van het DC-Edegem’ exact 50 jaar na de brand een gedenkteken op in het huidige Woonzorgcentrum Ter Eycke.’

Drijvende krachten achter DC-Edegem zijn Eddy Bromley – die een familielid verloor in de brand -, administratieve kracht Jeanine Deroef en Francine Vandeweyer (eerste vooraan rechts op de foto) , die zelf aan de slag was toen de catastrofe zich afspeelde. ‘Ik werkte op de Personeelsdienst en bevond mij met een aantal collega’ op de eerste verdieping, aan de voorzijde van het gebouw Ter Borchtlaan kant Quiteletlaan, boven de ingang. Om 12u30 werden wij verzocht om het gebouw zo vlug mogelijk te verlaten. Snel werd duidelijk dat de trap naar de uitgang werd versperd door de rook. Op dat moment doe je de gekste dingen. Een collega liep nog terug om haar wekkertje te gaan halen. We moesten naar de andere uitgang, richting Drie Eikenstraat, toen een muur plots langs de andere zijde van de ruimte viel. Er zat dus niks anders op dan terug te keren en ons toch een weg te banen door het rookgordijn. Voor mij wou er iemand door het raam springen. Ik heb haar meegepakt en voor mij uit geduwd. Eens buiten gekomen heb ik mijn baas, de personeelschef – die zich in Brussel bevond – nog kunnen verwittigen maar voor het overige weet ik niks meer.’

De opslagplaats was in 1954 geopend. Later namen trokken ook de supermarkten en de administratieve diensten erin. Francine: ‘Alhoewel ons bedrijf niet meer bestaat komen wij met onze vriendenkring nog regelmatig samen. Zo groeide het idee om deze herdenkingsplechtigheid te organiseren, wat niet zou zijn gelukt zonder het gemeentebestuur, de medewerkers van de gemeente en van het woonzorgcentrum. Mede dankzij hen zijn er morgen vele ex-geblesseerden en ook veertien brandweermannen aanwezig.’ De ramp gebeurde op een vrijdag de dertiende. De oorzaak heeft men nooit achterhaald. Aan iedereen die er bij was wordt gevraagd om hun verhaal neer te schrijven. Die teksten worden gebundeld en zullen volgend jaar van 7 juli tot 27 augustus in een tentoonstelling, die zal worden gehouden in het Heemkundig Museum in het Oud Gemeentehuis, aan het grote publiek worden voorgesteld. (EM)