UZA Edegem: ‘Implantaat kan slechthorende ouderen behoeden voor dementie’

EDEGEM – Wetenschappers van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) en de Universiteit Antwerpen tonen aan dat een cochleair implantaat slechthorende ouderen kan behoeden voor dementie. Professor Griet Mertens: ‘Op latere leeftijd zeggen mensen vaak dat een implantaat geen zin meer heeft maar ons onderzoek bewijst het tegendeel.’

Een cochleair implantaat is een elektronisch implantaat dat geluid omzet in elektrische pulsen die de gehoorzenuw in de cochlea (het slakkenhuis) direct stimuleren. De hoor-functie van buiten-, midden- en binnenoor, inclusief de 16 000 trilhaartjes, in de cochlea worden voor een deel overgenomen door maximaal 24 elektroden van een cochleair implantaat. Hiermee kunnen personen die geen of nog maar een beperkt restgehoor bezitten in beperkte mate weer klanken, geluiden en spraak waarnemen.

De groeiende vergrijzing leidt tot een toename van leeftijdsgebonden aandoeningen, zoals dementie. Het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen en de Alzheimer Liga Vlaanderen becijferden recent dat voor het hele Vlaamse Gewest het aantal personen met dementie voor 2018 wordt geschat op 131 818, met een te verwachten stijging van 42,7 procent tot 188 183 personen tegen 2035.

Als gevolg van de natuurlijke veroudering gaat ons denkvermogen achteruit naarmate we ouder worden. Recent onderzoek toonde aan dat mensen met een normaal gehoor een milde, leeftijdsgebonden cognitieve achteruitgang vertonen bij het verouderen. Bij mensen met gehoorverlies verloopt die achteruitgang sneller.

‘Bij ernstig slechthorende ouderen is het risico op dementie vijfmaal groter. Zij kunnen gesprekken moeilijker volgen en krijgen dus minder prikkels binnen.’

Uit eerder onderzoek bleek dat een ‘gewoon’ hoorapparaat niet alleen het gehoor verbetert, maar ook de versnelde cognitieve achteruitgang tegengaat. Mertens en haar collega’s van het UZA en de Universiteit Antwerpen voerden nu een internationale longitudinale studie uit om het effect van een cochleair implantaat op het denkvermogen bij ernstig slechthorende ouderen in kaart te brengen.

Professor Vincent Van Rompaey (zie foto): ‘We maten de cognitieve vaardigheden van zeer slechthorende ouderen vóór de implantatie en op specifieke tijdsstippen erna. Uit onze studie blijkt dat de cognitie zich herstelt één jaar na de cochleaire implantatie en dat ze nadien opnieuw het natuurlijke verloop volgt.’

Het vroegtijdig opsporen van gehoorverlies en het behandelen met hoor-toestelletjes of hoor-implantaten is dus niet alleen belangrijk om beter te horen. Professor Paul Van de Heyning: ‘Mensen met gehoorverlies geven vaak aan dat ze een hoortoestel zo lang mogelijk willen uitstellen, tot het echt niet anders meer kan. Nu we weten dat een implantaat ouderen kan behoeden voor cognitieve achteruitgang en de bijhorende sociale isolatie, is dat een extra reden om een implantaat op hogere leeftijd toch te overwegen.’ Het Belgische onderzoek verschijnt in de gespecialiseerde tijdschriften Otology & Neurotology en Frontiers of Neurosciences. (EM/Foto UZA)