Wetenschap en industrie hand in hand voor bouw van een Einstein Telescoop

ANTWERPEN – Vanmiddag kwamen wetenschappers van Vlaamse (UAntwerpen, KU Leuven, UGent, UHasselt en VUB), Duitse en Nederlandse universiteiten samen met industriëlen in het Antwerpse Havenhuis. Een consortium hoopt om tegen 2032, 200 tot 300 meter onder de aardkorst, een Einstein Telescope klaar te hebben. Dat moet gebeuren in Nederlands-Limburg, op het drielandenpunt. Sardinië is de andere kandidaat. Met dit prestigieuze project, dat miljarden euro’s zal kosten, wil men zwaartekrachtgevolgen monitoren.

In het begin van vorige eeuw voorspelde Einstein in zijn relativiteitstheorie het bestaan van zwaartekracht-golven, fluctuaties in de kromming van de ruimtetijd. In 2015 werden die golven voor het eerst waargenomen. Nick van Remortel, professor fysica aan de Universiteit Antwerpen: ‘Om die zwaartekrachtgolven te monitoren maken we gebruik van telescopen. Om naar de sterren te kijken staan die best op afgelegen locaties. Dat is echter niet het geval om zwaartekrachtgolven te bestuderen. Daarvoor hebben we specifieke infrastructuur met hoogtechnologische lasers nodig, met ondergrondse tunnels die zelfs in dichtbevolkte gebieden kunnen worden gerealiseerd. Dat ondergrondse is belangrijk om natuurlijke en door de mens veroorzaakte trillingen te onderdrukken.’

De realisatie van de Einstein Telescope kadert in de nieuwe ESFRI (European Strategy Forum on Research Infrastructures) Roadmap. Als het consortium het haalt van Sardinië zouden de werken aan de tien tot vijftien kilometer lange tunnels rond 2025 van start kunnen gaan, zodat ET in 2032 een feit zou zijn. In 2021 neemt Europa de beslissing. Vlaams minister Philippe Muyters (N-VA): ‘Het voordeel van ons project is dat er drie landen zijn bij betrokken en dat je in de omgeving verschillende universiteiten vindt. Dat is in Sardinië niet het geval. Overigens zit men ook in Amerika niet stil. Alleen zal het Einstein project dieper in de grond zitten. Zowel zij als wij hebben verschillende werkwijzen maar hetzelfde doel. Met deze telescoop zullen we duizenden metingen per dag kunnen doen. Nu zijn dat er tientallen per week.’

Van Remortel, die al anderhalf jaar lang Vlaamse industriëlen aan het optrommelen is om mee in het project te stappen: ‘De Einstein Telescope staat niet op zich. In de aanloop naar onze kandidatuur willen we een hypermoderne onderzoeksfaciliteit, de ET ‘pathfinder’ bouwen in Maastricht. Die infrastructuur moet uitgroeien tot een internationaal centrum voor onderzoek naar zwaartekracht-astronomie, hoge-precisie-meettechnieken, seismische isolatie, meet- en regelsoftware, cryogene techniek en (kwantum)optica.’ De ETpathfinder wordt cruciaal voor wetenschappers uit het consortium maar ook internationale onderzoekers worden erbij betrokken. De financiering gebeurt met middelen uit het Europese Interreg-programma, aangevuld met startkapitaal van de Nederlandse en Vlaamse Overheden, de betrokken provincies en universiteiten. Van Remortel: ‘Bedoeling is om tot een kruisbestuiving te komen tussen wetenschap en technologie enerzijds en industrie anderzijds. Ik denk dan onder meer aan nieuwe technologieën zoals sterk gekoelde siliciumspiegels. Het hele project moet worden ondergebracht in een uiterst stofvrije omgeving.’ Muyters: ‘Vergelijk de Einstein Telescope met de eerste maanlanding. Ook die was belangrijk maar de weg ernaartoe was dat ook. Vandaar dat ETpathfinder moet lukken.’ (EM/ Foto UAntwerpen)