Wilrijkse prof: ‘Pendelaars slikken evenveel vuile lucht als stadsbewoners

WILRIJK – Net één jaar geleden presenteerde het CurieuzeNeuzen-project haar meetresultaten. Na uitgebreid onderzoek op deze vele data blijkt onder meer dat verhuizen uit de stad op zoek naar propere lucht en dan terug pendelen naar die stad, weinig voordeel oplevert. ‘Zeker wie lang in het verkeer zit, heeft een verhoogde blootstelling aan luchtvervuiling’, concluderen de wetenschappers.

In mei 2018 organiseerde de Universiteit Antwerpen samen met de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) en De Standaard het grootste burgeronderzoek naar luchtkwaliteit ooit. 20 000 gemotiveerde burgers ontpopten zich tot onderzoekers en maten de concentratie aan stikstofdioxide aan hun voorgevel. Dat resulteerde in een uitgebreide – en internationaal unieke – dataset over verkeers-gerelateerde luchtvervuiling. Op 24 september 2018 werden de meetresultaten bekendgemaakt en werd een gedetailleerde luchtkwaliteitskaart voor Vlaanderen voorgesteld.

De voorbije maanden doken de onderzoekers nog dieper in de CurieuzeNeuzen-data. Wetenschappers van UHasselt en HIVA focusten op het verplaatsingsgedrag van 5 000 deelnemende burgerwetenschappers, om zo een nauwkeurigere inschatting te kunnen maken van de blootstelling aan stikstofdioxide doorheen de dag. De CurieuzeNeuzen-meting zelf zegt immers enkel iets over de concentratie thuis, en niets over wanneer je aan het werk of op school bent, of onderweg. Uit die analyse blijkt dat voor een gemiddelde Vlaming 57 procent van de blootstelling thuis gebeurt, 37 procent op de bestemming (meestal de werkplaats) en zes procent tijdens verplaatsingen.

De resultaten maken duidelijk dat de kloof tussen mensen die in de stad wonen en werken, en pendelaars die naar de stad komen kleiner is dan de CurieuzeNeuzen-kaart doet vermoeden. Onderzoeker Sam De Craemer (UAntwerpen, Campus Drie Eiken uit Wilrijk): ‘Volgens de analyses hebben inwoners van de stad Antwerpen die er ook werken, aan de voordeur gemiddeld een concentratie van 33,7 µg per kubieke meter en een iets lagere dynamische blootstelling van 33,2 µg per vierkanten meter. ‘Pendelaars van buiten Antwerpen, die in de stad komen werken, hebben aan de voordeur gemiddeld een lagere concentratie van 23,6 µg per kubieke meter maar een beduidend hogere dynamische blootstelling van 27,5 µg per kubieke meter.’

Evi Dons (UHasselt): ‘Hier zijn twee belangrijke redenen voor. Werkplekken bevinden zich vaak op plaatsen met een slechtere luchtkwaliteit, bijvoorbeeld in een stadscentrum of nabij drukke invalswegen. Daarnaast worden we op weg naar het werk blootgesteld aan verhoogde concentraties van stikstofdioxide. Langer onderweg betekent dus vaak ook een hogere dynamische blootstelling.’ De winst die kan worden geboekt door buiten de stad te gaan wonen is kleiner dan gedacht, als men nog steeds naar een werkplek met verhoogde concentraties moet pendelen.’ Professor Filip Meysman (UAntwerpen en coördinator van CurieuzeNeuzen Vlaanderen): ‘Andere vervuilende stoffen en andere bronnen buiten het verkeer spelen ook een rol. Iemand die uit de stad wegtrekt omwille van de NO2-concentraties en ‘op den buiten’ gaat wonen naast een buur die hout stookt, zal zijn blootstelling aan fijn stof zien toenemen, en zo de kleine gezondheidswinst qua NO2 verloren zien gaan.’ (EM / Foto UAntwerpen)