Zuidrand en Rupelstreek gaan samenwerken rond toerisme en streekidentiteit

ANTWERPEN – De Vlaamse regering wil het streekbeleid in Vlaanderen versterken. Zij besliste de werking van de RESOC’s (Regionaal Economisch Overlegcomité) en SERR’s (Sociaal Economische Raad) stop te zetten op 31 augustus 2016. Vanaf dan wordt  er ingezet op vernieuwde actiegerichte samenwerkingsverbanden die met lokale initiatieven de sociaaleconomische uitdagingen van een streek het hoofd bieden. Specifiek wordt er een belangrijke rol weggelegd voor de lokale besturen om het toekomstig streekoverleg te initiëren, dit in overleg met en betrokkenheid van de sociale partners en provincies.

Provincie Antwerpen maakt haar rol als streekmotor helemaal waar. De provincieraad keurde de ondersteuning goed voor de oprichting van twee nieuwe streekplatformen, namelijk de Antwerpse Voorkempen en Rupelstreek en Zuidrand. De provincie Antwerpen, de streekintercommunale IGEAN, Vlotter (sociale onderneming), SELAB (Intergemeentelijk samenwerkingsverband regierol Sociale economie), KINA (OCMW vereniging) en de sociale partners hebben samen met lokale besturen uit het arrondissement Antwerpen beslist om zo werk te maken van een versterkte streekwerking.

In de provincie werden sinds 2016 drie Streekplatformen – het Streekplatform Kempen, het Versterkt Streekbeleid Rivierenland en het Versterkt Streekbeleid Waas en Dender in samenwerking met de provincie Oost-Vlaanderen – opgericht. Gedeputeerde Ludwig Caluwé (CD&V/Foto Provincie Antwerpen): ‘Het arrondissement Antwerpen was de enige regio in Vlaanderen zonder streekplatform of streekoverleg. Die blinde vlek is nu weggewerkt. Ik zeg al langer dat we een provincie met streken zijn en dat we dus naargelang de regio een andere focus dienen te leggen.’ De streekplatformen zijn als gebieds-dekkende overlegplatformen belangrijk, omdat de lokale besturen zelf per regio beslissen hoe, met wie en waarover ze willen samenwerken. Bovendien kan deze lokaal verankerde bundeling van middelen en expertise een goede katalysatorfunctie vormen voor het aantrekken van bijkomende Europese en Vlaamse subsidies.

De Rupelstreek en de Zuidrand zullen in 2019 gaan samenwerken rond toerisme en streekidentiteit. De Antwerpse Voorkempen kiest voor fietsmobiliteit, een thema dat in deze regio verbindend werkt. ‘Deze thema’s dragen concreet bij tot de sociaaleconomische uitdagingen in die regio’s. Fietsmobiliteit helpt bij het wegwerken van een belangrijke werkloosheidsval, met name mobiliteitsarmoede. Toerisme bevordert detailhandel en horeca, bij uitstek sectoren met veel werkgelegenheid.’ Concreet betekent dit dat Borsbeek, Mortsel, Boechout, Edegem, Hove, Aartselaar, Kontich, Lint, Niel, Boom en Rumst de handen in elkaar slaan.

Het streekplatform Rupel en Zuidrand wordt opgericht om op een vernieuwende manier de krachten te bundelen en samen te werken rond versterkt streekbeleid, met een focus op toerisme. Het thema toerisme werkt uitermate verbindend voor deze regio. Vanuit deze samenwerking wil het streekplatform op een heel directe en projectmatige manier zaken uitwerken die de sociale en arbeidsmarkt ten goede komen. Dit moet uiteindelijk leiden tot meer streekidentiteit en samenwerking in de regio. De provincie Antwerpen voorziet in een subsidie van 80 000 euro aan IGEAN. De voornaamste financiële inbreng komt echter vanuit Vlaanderen. De lokale besturen, de provincie, IGEAN en de andere partners ondersteunen de projecten verder met het ter beschikking stellen van personeel. (EM)